Door de akkerranden op een andere wijze te beheren – namelijk door een meer kruidenrijke vegetatie te gebruiken – is voor boeren in de akkerbouw de plaagdruk verminderd. De kruidenrijke vegetaties bieden namelijk onderdak aan natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Dit principe kan ook worden toegepast bij de bestrijding van de EPR.

Voor het stimuleren van natuurlijke vijanden van de Eikenprocessierups zijn specifieke kruidensoorten, maar ook bollensoorten geselecteerd. Deze mengsels hebben diverse kenmerken. De kruidenmengsels bestaan uit inheemse soorten die in Nederland gekweekt en geoogst zijn. Voor de bollen worden er zogenaamde stinzen- en verwilderingsbollen gekozen. Deze bloeien al zeer vroeg in het voorjaar en vormen dan een welkome nectar- en stuifmeelbron voor de eerste insecten. Verder zijn in de mengsels een groot aantal scherm- en vlinderbloemige soorten opgenomen. Ook deze soorten vormen de voedingsbron voor de natuurlijke vijanden. In combinatie met nestgelegenheden kan een geschikte habitat gecreëerd worden. Ten slotte zijn de mengsels zoveel als mogelijk gebiedsspecifiek. Het exacte mengsel wordt bepaald aan de hand van de lokale omstandigheden: de ligging van het projectgebied, bodem- en vochtomstandigheden en zon- en schaduwvorming.