Het kan niet lang meer duren, één mooie dag en dan kun je ze weer waarnemen de hommelkoninginnen op Longkruid of de Boerenkrokus, maar hoe leven ze nu eigenlijk?

In Nederland hebben we zo’n 29 hommelsoorten.

Als de hommelkoningin in het vroege voorjaar ontwaakt, gaat ze meteen op zoek naar voedsel. Aanvankelijk eet ze alleen nectar om aan te sterken. Na dagen tot weken gaat ze op zoek naar een geschikte plaats voor het stichten van een volkje. Afhankelijk van de soort kiest ze haar plek en gaat ze stuifmeel verzamelen. Voor de opslag van het verzamelde stuifmeel bouwt ze een potje van was. De was wordt gemaakt door klieren in haar achterlijf. Bovenop dit potje legt ze haar eerste eitjes. Een tweede wassen potje vult ze met nectar. Als ze niet uit kan vliegen leeft zij van de nectar uit dit potje. Ze gaat dan bovendien op de eitjes zitten en broedt ze deels zelf uit.
Als de larfjes uitkomen eten zij van het stuifmeel en de was in het larvenwiegje en worden bovendien door de koningin bijgevoerd met nectar en stuifmeel. Na tien dagen verpoppen de larven.

De hommels die nu uit de pop komen zijn allemaal werksters: vrouwelijke hommels. Zij zijn kleiner dan de koningin en leggen geen eitjes. Zij zullen de koningin helpen met het verzorgen van de eitjes, larven en poppen en verzamelen nectar en stuifmeel. De koningin zal zich van nu af aan alleen bezighouden met het leggen van eitjes en het verzorgen van het broed.

 

Delen: